Castratie Ram/Voedster

Rammen zijn geslachtsrijp vanaf ongeveer 3 maanden oud. Het is dus belangrijk dat ze op die leeftijd gescheiden van voedsters zitten, tot ze de leeftijd bereiken dat ze gecastreerd kunnen worden. Voedsters zijn meestal iets later vruchtbaar dan rammen, maar ook bij voedsters is het verstandig een leeftijd van 3 maanden aan te houden om ze van rammen te scheiden, om gezinsuitbreiding te voorkomen.

Castratie en sterilisatie worden vaak door elkaar gehaald. Castratie houdt in dat bij de ram de zaadballen en een stukje zaadleider worden verwijderd, en bij een voedster de baarmoeder en eierstokken. Sterilisatie houdt in dat de zaad- of eileiders worden afgebonden of doorgeknipt. Het best is dus om een konijn te laten castreren, hierdoor verandert namelijk de hormoonhuishouding. Je konijn gaat minder rijden en stopt met sproeien, word soms aanhankelijker en soms iets minder druk. Als je een ram alleen laat steriliseren zal hij, als hij samen komt te zitten met een voedster, haar bijna "verkrachten" en nauwelijks met rust laten. Dit is natuurlijk niet fijn voor de voedster.
Een ram kan gecastreerd worden als zijn testikels zijn ingedaald, vanaf 4 maanden leeftijd. De castratie van een voedster kan vanaf de leeftijd van 8 maanden. 

De belangrijkste reden om rammen te laten castreren is omdat ze geen nakomelingen kunnen maken en toch gezellig met een vriendinnetje samen kunnen zitten. Voor voedsters is er echter nog een andere reden. Dit is baarmoederkanker. 
Baarmoederkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij het konijn. Het maakt niet uit of een voedster wel of geen nest heeft gehad, leeftijd speelt wel mee. Een voedster van 4 jaar of ouder heeft een kans van 50 tot 80 % op baarmoederkanker. Waarschijnlijk hebben bepaalde rassen meer aanleg voor baarmoederkanker dan anderen, maar daar is helaas nog niet veel over bekend. Konijnen die baarmoederkanker hebben hebben (bloederige) uitvloeiing uit de geslachtsopening, pijn en uiteindelijk zullen ze er aan overlijden als er niet op tijd kan worden ingegrepen. Een castratie van een ram brengt weinig risico's met zich mee. De ingreep is erg klein. Het vervelende is dat konijnen niet goed tegen narcose kunnen en daar goed ziek van kunnen zijn. Daardoor moet je ze na de operatie goed verwennen, zodat ze snel weer opknappen.
Denk er aan dat een konijn nooit mag vasten voor een operatie! Een konijn kan niet braken (zoals een hond en kat wel kunnen)! Het is van het grootste belang dat het konijn voedsel in zijn darmen houd, het stilliggen van de darmen is levensgevaarlijk voor een konijn..
Zorg er voor dat het konijn vers water tot zijn/haar beschikking heeft. Het liefst naast de drinkfles ook een bakje water, voor als het konijn te verzwakt is om bij de drinkfles te kunnen. Zet een bak droogvoer, een ruif met hooi en lekker vers groenvoer neer voor je konijn, zodat hij/zij snel weer tot eten kan worden verleid. Vul de kooi niet met stro maar met oude lappen, kranten of handdoeken. Stro kan namelijk in de wond prikken. Leg een kruik in het hok van het konijn, maar zorg er voor dat hij wel kan kiezen of hij er op wil liggen of niet.

Een ram kan tot drie weken na de castratie nog een voedster bevruchten, wacht dus met koppelen tot drie weken na de operatie