Zachte ontlasting

Het is algemeen bekend dat konijnen een hoge behoefte hebben aan vezels in hun dieet. Aangeraden wordt 14 tot 24%. Maar vanwaar deze behoefte?
Wilde konijnen leven op energiearm voedsel, waar veel vezel in zit; gras, bladeren, twijgjes en wortels. Het tamme konijn wordt al eeuwen gevoed door de mens, en is dus gewend om heel andere dingen te eten. Dit houdt in dat het tamme konijn, zoals wij die kennen, een flinke interne verandering heeft ondergaan ten opzichte van hun wilde soortgenoten en zich heeft moeten aanpassen om efficiënt om te kunnen gaan met de 'huidige' vezels. 
Tamme konijnen poepen meer blindedarmkeutels dan hun wilde soortgenoten, zodat ze optimaal gebruik kunnen maken van de belangrijke voedingsstoffen die hierin zitten. Deze voedingsstoffen helpen onder meer bij het verteren van cellulose. Dankzij het opeten van deze keutels, kunnen de voedingsstoffen goed worden opgenomen door het lichaam. Blindedarmkeutels zijn voedselresten die een fermentatie hebben ondergaan waardoor ze rijk zijn aan aminozuren, vitamine B, K en water. Dit gaat als volgt in zijn werk: Het konijn eet gras en dit passeert de maag en darmen en bereikt de blindedarm. Hier bevinden zich celluloseverterende bacteriën, eencellige en gisten, waardoor het proces van de fermentatie kan beginnen. De onverteerbare delen worden omgezet in bruikbare voedingsstoffen. Helaas kan het konijn deze voedingsstoffen niet opnemen omdat dit in de darm gebeurt, en het hier dus al voorbij is gegaan. Maar daar is een oplossing voor gevonden: coprofagie (=opeten van keutels). Het konijn poept de (zachte)blindedarmkeutels uit en eet ze meteen weer op. Hierdoor komt het opnieuw in de darmen, zodat de voedingsstoffen wél opgenomen kunnen worden. Een zeer efficiënte wijze om het meeste uit het minste te halen.