Geboorte van het veulen

undefined

Elke keer is de geboorte van een veulen weer spannend, of u nu een doorgewinterde fokker bent of niet. "Zal alles wel goed gaan?" zult u zich afvragen. Meestal gaat het goed bij de merrie. Het is echter wel belangrijk om te kunnen signaleren wanneer het niet goed is. Want als er iets niet in orde is bij de geboorte is vaak met spoed een dierenarts nodig.

Voorbereiding
Laten we beginnen bij een goede voorbereiding.
Een drachtige merrie moet goed gevoerd zijn en voldoende beweging krijgen. Een goede lichamelijke conditie is van belang voor een vlotte geboorte en een sterk veulen. Om een veulen zoveel mogelijk afweerstoffen via de biest te laten krijgen, is het verstandig om de merrie ongeveer 4-6 weken voor de geboorte (extra) te vaccineren tegen influenza en tetanus. Daarnaast dient de merrie, indien mogelijk, al geruime tijd voor de te verwachten veulendatum in de box te worden geplaatst waar ze ook zal veulenen. Zo kan de merrie antistoffen maken tegen de daar heersende kiemen en die kan ze dan weer via de biest doorgeven aan het veulen. Tevens geeft het een stuk rust als de merrie gaat veulenen in een omgeving die ze al kent. De box moet ruim, goed verlicht en schoon zijn. De drachtige merrie wordt volgens hetzelfde schema ontwormd als andere niet drachtige merries, eventueel een keer extra als ze de schone veulenbox ingaat. Let wel op de bijsluiter of het middel geschikt is voor drachtige merries. De ontwormmiddelen die op de praktijk zijn te verkrijgen, zijn allemaal geschikt voor drachtige merries. 

undefined

De geboorte
Als de uitgerekende datum daar is, zullen we de merrie vaker in de gaten gaan houden. Een geboorte bij een paard is echter heel moeilijk te voorspellen. Merries kunnen gerust twee weken "te vroeg" een volgroeid veulen brengen, maar ze kunnen ook zonder problemen 3-4 weken overdragen. Er zijn wel een aantal voortekenen waarmee we het tijdstip van de geboorte proberen te voorspellen. In de meeste gevallen zal het uier van de merrie korte tijd voor de geboorte volschieten en zal de merrie gaan kegelen (harsdruppels aan de tepels). Soms loopt de biest al voor de geboorte uit het uier. Als dit veel is, kan het verstandig zijn dit op te vangen en in te vriezen. Dit kan dan au bain marie worden opgewarmd, niet laten koken en niet in de magnetron. Naast de veranderingen aan het uier, is de merrie kort voor de geboorte vaak ook onrustig. Een groot deel van de merries zal ook gaan zweten, maar dan is de geboorte meestal al aan de gang. Blijf echter bedenken dat de merrie een ster is in het foppen van de oppasser. Zodra de oppasser de merrie de rug toekeert om bijvoorbeeld in huis te gaan, kan zij in zeer korte tijd de voorbereidende fase en de geboorte doorlopen. Er zijn vele soorten geboortebewakingssystemen om proberen te voorkomen dat u de geboorte mist. Welk systeem het beste is, is afhankelijk van de situatie en de persoonlijke voorkeur. Alvorens we verder op de geboorte ingaan, is het goed om te weten dat de merrie in principe prima in staat is de klus zelf te klaren. In eerste instantie is het het beste om de merrie op gepaste afstand in rust te observeren. Een normale geboorte duurt ongeveer 30 minuten. Pas als er, ondanks persen van de merrie, geen vooruitgang wordt geboekt in het geboorteproces dient een dierenarts te worden gebeld. De dierenarts zal u dan vertellen wat u moet doen met de merrie tot hij of zij is gearriveerd. 

Wat gebeurt er bij een normale geboorte?
Tijdens het samentrekken van de baarmoeder zal de merrie onrustig gedrag vertonen: krabben, staan/liggen, plat liggen, vaker mesten en rondjes draaien. Tijdens dit proces rekt de weke geboorteweg van binnen op. 

- Aan de buitenzijde zien we eerst een blauwe waterblaas.
- Na ongeveer 15 minuten verschijnt de vruchtblaas (pootjesblaas, voetpok).
- Snel daarna zien we de voorbeentjes. Het is normaal als het ene beentje voor het andere ligt. Het tweede voorbeentje moet zichtbaar worden halverwege de pijp van het eerste beentje. Zoniet, dan met schone (!) handen voelen of het tweede beentje en het hoofdje er wel aan komen. Als dit niet het geval is, dan moet met spoed de dierenarts gebeld worden.
- Als beide beentjes zichtbaar zijn, zal spoedig het neusje te zien zijn.
- Meestal gaat de merrie nu liggen, als ze al niet lag. Vervolgens worden het hoofdje en de borstkas geboren. Als het hoofdje geheel geboren is en het zit nog in de vliezen, dan kan nu de merrie rustig benaderd worden om het vlies en het eventuele slijm rondom de neus te verwijderen (werk met schoongewassen handen!).


Vaak blijft de merrie nog rustig liggen met de achterbenen van het veulen in de schede. Op zo'n moment krijgt het veulen nog een flinke hoeveelheid bloed via de nog intacte navelstreng.Het is dus belangrijk om de merrie met rust te laten. Als de merrie vervolgens uit zichzelf opstaat, zal de navelstreng op een speciaal door de natuur gemaakte insnoering in de navelstreng scheuren en knijpen de bloedvaten uit zichzelf samen. De navelstreng moet dus niet worden doorgeknipt. Controleer of de navelstreng niet meer bloedt en desinfecteer het met jodium. Kom zo weinig mogelijk met de vingers aan de navelstreng. 

undefined

 

De nageboorte
Zodra het veulen is geboren, begint de nageboortefase. Meestal zal de nageboorte er binnen een half uur af zijn. Het is raadzaam om de nageboorte in een emmer of plastic zak te bewaren, zodat de dierenarts deze kan controleren op volledigheid. Als de nageboorte langer dan 2 uur blijft hangen, dan is het verstandig om de dierenarts te bellen. In de tussentijd kan de nageboorte worden opgeknoopt om te voorkomen dat de merrie erop gaat staan. Ga ook niet aan de nageboorte trekken. Trekkracht op een vastzittende placenta (=nageboorte) geeft alleen maar kans op inwendige bloedingen. Ook het afknippen van het buitenhangende deel van de nageboorte is niet raadzaam. De controle op volledigheid van de nageboorte wordt dan bemoeilijkt. Het restant kan dan terugglijden in de baarmoeder en zal op deze manier buiten het zicht komen.
Het is belangrijk dat de nageboorte 6 uur na de geboorte er af ìs. Anders dan bij koeien kan de merrie al na korte tijd ernstig ziek worden van een zittenblijvende placenta. Ze kan bloedvergiftiging krijgen, hoefbevangen raken en/of koliek krijgen.
De naweeën op de nageboorte kunnen onrust geven bij een merrie. Deze onrustverschijnselen zullen snel verdwijnen. Als dat niet zo is, dan moet de dierenarts worden gewaarschuwd, aangezien er inwendig dan iets aan de hand kan zijn.

undefined

Het pasgeboren veulen

Het is van essentieel belang dat een veulen kort na de geboorte de eerste biest binnenkrijgt. Hierin zitten afweerstoffen, die het pasgeboren veulen nog niet heeft. Het liefst dient dit te gebeuren binnen 2 uur, maar zeker binnen 6 uur. Mocht om de een of andere reden het veulen geen of onvoldoende biest hebben binnengekregen, dan kan bij de dierenartsenpraktijk of een PAVO-dealer in de buurt (vaak dag en nacht voor deze noodsituatie te bereiken) een PAVO-SOS veulenpakket worden opgehaald. Hierin zitten alle benodigdheden (kunstbiest, kunstmelk en zuigfles) om de eerste 2 dagen mee door te komen. 
Door het pasgeboren veulen goed te observeren, kan men vroegtijdig problemen onderkennen. De ontwikkeling van het veulen gedurende de eerste levensuren ziet er grofweg als volgt uit.

  • Bij de geboorte heeft veulen zijn ogen open en is de zuigreflex aanwezig
  • Ademen: 20-30 seconden, binnen 1 minuut rustig en regelmatig
  • Schudden en optillen hoofd: binnen 1.5 minuut
  • Borstligging: na ong. 5 min.
  • Staan: na ong. 30 min.
  • Drinken: na 90 min.
  • Darmpek (eerste ontlasting): na ong. 2 uur, hier persen ze vaak op.
  • Urine: na 9 uur

Als er getwijfeld wordt aan de ontwikkeling van het veulen, dan kan als eerste de temperatuur worden opgenomen. Deze is bij een pasgeboren veulen 38.5 °C. Is de temperatuur lager dan 38 °C dan is het veulen te koud. Het veulen zal slomer worden en minder gaan drinken. Het dier komt zo in een negatieve spiraal terecht. Een onderkoeld veulen is als volgt te herkennen: het ligt opgerold, haren overeind en rillen. Zo'n veulen moet onder de warmtelamp worden gelegd. Daarnaast is het verstandig om de merrie te melken en deze melk via een fles aan het veulen te geven. Het veulen moet wel zelfstandig kunnen zuigen en slikken. Als het veulen dat niet kan, dan bestaat de kans op een versliklongontsteking. Het beste is dan om het veulen door de dierenarts sondevoeding te laten geven. Het tijdig geven van afweerstoffen en energie blijft erg belangrijk. Dus bij de geringste twijfel over de toestand van het veulen is het een goed idee om de dierenarts te raadplegen.