Coccidiose

Deze, bij de meeste schapenhouders bekende aandoening wordt veroorzaakt door een parasiet, Eimeria genaamd.
Er komen vele Eimeria-soorten voor in de omgeving van de dieren, zowel in de stal als op het land. Slechts 2 daarvan zijn ziekteverwekkend. De lammeren hebben diarree, vaak met bloed vermengd of zwart van kleur en persen op de ontlasting. Na verloop van tijd worden de lammeren mager, groeien slecht en hebben dorre, grijze wol.
De diagnose coccidiose wordt nogal eens onterecht gesteld. Alleen de combinatie van klinisch beeld, geschiedenis van het bedrijf, leeftijd van de dieren en mestonderzoek waarbij gezocht wordt naar de pathogene Eimeria-soorten maakt een definitieve diagnose mogelijk.
Op zich is coccidiose goed te behandelen. Belangrijk hierbij is dat het hele koppel behandeld wordt en dat de dieren de juiste dosering krijgen. Hygiëne is wederom van belang voor de preventie. Eventueel kunnen de hokken ontsmet worden met een special hiervoor geregistreerd middel op basis van ammoniak of met heet water (> 60 C).